top of page

Maine Coon heren:

Darwin

IMG_7962_edited.jpg

Darwin is geboren op 18 november 2023 en mocht naar mij verhuizen op 10 maart 2024. Darwin is een katertje die eerst de kat uit de boom kijkt voordat hij je vriendje is. Eenmaal je vriendje, is Darwin niet meer uit je buurt te slaan.  Darwin komt graag op je schoot, is rustig, vriendelijk en gelukkig heel sociaal, ook naar het andere katertje Uraz en de dames. Ik ga er vanuit dat wanneer hij een poes mag dekken, dat dit op een lieve manier zal gaan.

Uraz

IMG_6766.JPG

Uraz is geboren op 15 december 2023 en is bij mij in maart 2024 komen wonen. Uraz is een flinke kater met een mooie grote kop. Uraz is zo ontzettend lief, sociaal en maakt hele lieve geluidjes. Op die geluidjes word je spontaan verliefd. Hij is heel nieuwsgierig en gaat graag op onderzoek uit. Uraz springt op schoot, geeft je een kusje in je gezicht en gaat dan languit liggen. Als hij op je schoot springt zonder een kusje te geven, dan weet je meteen dat hij alleen even geaaid wilt worden en springt er dan weer vandoor.

Liyo

Liyo gras.PNG

Liyo is geborgen op 4 mei 2026. Zijn mama is Udritt en zijn papa is Darwin. Liyo is onze prachtige polydactyl kater en voor zijn leeftijd al een flinke jongen. Aan elk voorpootje heeft hij 1 extra teentje, waardoor hij al grote voeten heeft. Als je met hem speelt, is het net alsof hij je een handje geeft! Heel schattig. Liyo is een superlieve, aanhankelijke kater die graag bij je in de buurt is. Net als zijn papa Darwin maakt hij de leukste geluidjes, waarmee hij gezellig tegen je lijkt te kletsen. Hij is nieuwsgierig, speels en ook een tikkeltje ondeugend. Met zijn lieve karakter, grappige streken en bijzondere voetjes weet Liyo iedereen voor zich te winnen. Een heerlijke knuffelkater met een eigen persoonlijkheid!

G1RibbonNobackground (1).gif

"You can't play any I'm-better-than-you on a cat -- no, sir! Yes, he's your friend, if you like, but you got to treat him like a gentleman, there ain't any other terms. The minute you don't, he pulls freight.” - Mark Twain

bottom of page